Succesverhaal van Lindenheuvel: van wijkontbijt naar wijkontbijt+

In Lindenheuvel ontstaan veel initiatieven vanuit de wijk zelf. Een goed voorbeeld hiervan is het wijkontbijt: een laagdrempelige manier om inwoners met elkaar te verbinden. Het PlusWIJkteam zag kansen en ontwikkelde dit bestaande initiatief door tot het wijkontbijt+. We legden enkele vragen voor aan Vera Reinders (projectleider sociaal domein) en Lisanne Dierx (projectleider zorg) van het PlusWIJkteam Lindenheuvel. Ze praten over hun eigen bijdragen en delen hun ervaringen én tips zodat ook andere wijken hiermee aan de slag kunnen.

Wat maakte dat jullie het wijkontbijt wilden doorontwikkelen?
“Het wijkontbijt ontstond als initiatief van vrijwilligers en sleutelfiguren in de wijk, gesteund door de welzijnscoach en de opbouwwerker. Zij wilden inwoners bij elkaar brengen en vroegen ons om financiële ondersteuning. Wij vonden het een mooi initiatief, maar zagen het in eerste instantie vooral als iets vanuit het sociaal werk. Daarom zijn we samen gaan nadenken: wat kunnen we toevoegen zodat het breder wordt?”

Wat hebben jullie vervolgens toegevoegd?
“Het wijkontbijt was er al, met als doel inwoners met elkaar te verbinden. De plus die we hebben toegevoegd, is dat ook organisaties aansluiten die echt iets meebrengen voor inwoners. We hebben de verbinding gelegd met Ecsplore, een organisatie die ook actief is in de wijk en gespecialiseerd is in gezond leven. Dit leidde tot een co-creatie waarbij het wijkontbijt+ ontstond: een combinatie van ontmoeting en kennisdeling. Bij elk wijkontbijt is hier nu ruimte voor. Telkens staat een bepaald thema centraal, zoals valpreventie, gezond eten of leefstijl.”

Hoe ontwikkelde dit zich in de praktijk?
"Het wijkontbijt groeide uit tot een maandelijks terugkerende bijeenkomst, met steeds een ander thema en wisselende partners. Verschillende organisaties sluiten aan met hun eigen expertise en dragen bij aan de invulling van de bijeenkomsten.
Wij zijn er als PlusWIJkteam niet om iets over te nemen, maar om te stimuleren dat het vanuit de wijk georganiseerd wordt en dat het blijvend is.”

Wie weten het wijkontbijt inmiddels te vinden?
“Dat is heel divers. Steeds meer mensen weten de weg naar het wijkontbijt te vinden, óók jongeren. Dat komt deels doordat mensen via via horen dat het er is. Ook helpt het dat mensen via Welzijn op Recept worden gewezen op deze bijeenkomsten én doordat de wijkverpleegkundige mensen motiveert om te komen.”

Wat maakt dat dit werkt?
“Hoe het wijkontbijt nu is georganiseerd, combineert het ontmoeting met educatie en verbindt het inwoners, zorg en welzijn op een laagdrempelige manier. Het levert sociale cohesie op en draagt bij aan het verminderen van eenzaamheid, doordat mensen elkaar ontmoeten. Door thema’s zoals valpreventie en gezonde voeding sluit het aan bij wat inwoners nodig hebben en belangrijk vinden. Tegelijk versterkt het de samenwerking tussen professionals, doordat organisaties makkelijk aansluiten vanuit hun eigen expertise. En het is duurzaam: doordat inwoners, opbouwwerk en vrijwilligers eigenaarschap hebben, blijft het initiatief bestaan. De financiering komt inmiddels van bezoekers en een sponsor.”

Wanneer merkten jullie dat dit meer werd dan alleen een wijkactiviteit?
“Toen we zagen dat steeds meer verschillende mensen kwamen, en dat ook organisaties begonnen aan te haken. Het werd niet alleen een plek om elkaar te ontmoeten, maar ook om kennis te delen en samen te werken.”

Wat doen jullie nu anders dan in het begin?
“In het begin was het vooral een initiatief gericht op ontmoeting tussen inwoners. Nu kijken we veel meer hoe we ook andere partners kunnen laten aansluiten en hoe we inhoud kunnen toevoegen die relevant is voor inwoners en voor de wijk.”
 
Wat kunnen andere wijken hiervan leren?
“Je hoeft niet altijd iets nieuws te bedenken. Kijk wat er al gebeurt in de wijk en bouw daarop voort. En werk samen met de mensen die het al doen. Door die samenwerking kun je iets bestaands versterken en verbreden.”

Waar lopen jullie soms nog tegenaan?
“Er zijn nu goede vrijwilligers en sleutelfiguren in de wijk actief die de kar trekken bij bepaalde initiatieven en activiteiten. We zitten nog wel in de fase dat deze mensen dit nog niet alleen, volledig zelfstandig kunnen trekken en organiseren. Wat gebeurt er als deze personen wegvallen of het niet meer kunnen? Worden de initiatieven dan vanzelf overgenomen? Datzelfde geldt ook voor de financiering. We proberen er als PlusWIJk al zoveel mogelijk ‘tussenuit’ te blijven zodat de wijk de dingen zelf kan en blijft oppakken. We treden wel vaak op als facilitator of verbinder. Ook om alle doelgroepen binnen de wijk te betrekken en te vinden. Zowel ouderen als jongeren zijn in beeld maar je ‘vangt’ nooit iedereen."

Wat hebben jullie geleerd van de samenwerking?
“Kleine, concrete stappen zijn het meest effectief. En die samen zetten, met partners én inwoners. En soms is er een zetje of hulp nodig vanuit ons. Omdat we het cruciaal vinden dat we als PlusWIJkteam het eigenaarschap niet overnemen van inwoners of partijen uit de wijk, hebben we daar veel aandacht voor. Als wij de organisatie overnemen, verdwijnt de betrokkenheid. Het moet vanuit de wijk zelf komen, anders valt alles als een kaartenhuis in elkaar als wij als PlusWIJk ertussenuit stappen. Inwoners en partners leren hier juist ook van en leggen zelf de basis. Dat is uiteindelijk het belangrijkste: om alles wat er nu in de wijk wordt opgezet ook duurzaam te organiseren.”

Als je terugkijkt: wat is er in jullie manier van kijken of werken echt veranderd?
“Onze inzet is verschoven van het organiseren van activiteiten voor de wijk naar het faciliteren van initiatieven door de wijk. We zijn niet meer de regisseurs maar de ondersteuners. Onze rol is om verbindingen te leggen en ruimte te bieden, niet om alles zelf te doen. Met als doel dat zorg, welzijn en inwoners elkaar kennen en weten te vinden en daardoor kunnen samenwerken aan een gezondere, hechtere wijk.”
 
Hebben jullie ten slotte nog tips voor andere wijken dit met een wijkontbijt aan de slag willen?
“Jazeker. We sommen er enkele op:
- Begin klein en bouw voort: start met een eenvoudig ontbijt en voeg geleidelijk thema’s of partners toe. Het geeft ook niet als je niet meteen alle doelgroepen bereikt. Werk daar rustig naar toe en laat het groeien.
- Geef eigenaarschap aan de wijk: laat inwoners en vrijwilligers de organisatie dragen. Zo blijft het initiatief duurzaam.
- Wees flexibel: pas thema’s en partners aan op de behoefte van de wijk. Wat vandaag werkt, kan morgen anders zijn.
- Sluit aan bij wat er al is en sluit aan bij de organisaties en mensen die het al doen.
En bij vragen kunnen mensen altijd contact opnemen met ons.”