PlusWIJken slaan aan: heldere koers biedt vertrouwen in de toekomst

Het symposium PlusWIJken, 10 juni in Eindhoven, straalde bij alle aanwezigen het vertrouwen uit dat met de vorig jaar gestarte PlusWIJkaanpak een onomkeerbare weg is ingeslagen. De wijkgerichte aanpak, met scherpe focus op wat de inwoner nodig heeft, geeft het vertrouwen dat voortzetting ook na beëindiging van de IZA-periode geborgd is.

Anderhalf jaar na de start van PlusWIJken is een uitgelezen moment om in een symposium met alle betrokkenen te reflecteren op hoe die eerste periode is verlopen en vooruit te kijken naar wat de verwachtingen zijn voor de toekomst van dit initiatief. Zeker ook omdat een van de grondleggers ervan, manager regioregie bij CZ Wiro Gruisen, het stokje overdraagt aan de volgende generatie.
“PlusWIJken is aan de tekentafel bedacht”, zei Esther van Engelshoven, voorzitter raad van bestuur van zorgorganisatie Huisartsen Oostelijk Zuid-Limburg, in haar openingswoord. “Dit is gebeurd vanuit de vraag: hoe kunnen we dingen in de wijk anders doen voor de mensen die daar wonen?” Maar het maakte snel de stap van de tekentafel naar de praktijk. “Er gebeurden al heel goede dingen in de wijken”, vervolgde ze. “Die zijn we gaan samenbrengen en meer toegankelijk gaan maken. Heel mooi daarbij is dat mensen al snel zelf met initiatieven kwamen.”

Het voorbeeld Kerkrade
Als voorbeeld noemde Esther Kerkrade. “Een gemeente met veel eenzaamheid”, vertelde zij. “Dat zijn de mensen die ieder jaar naar de huisarts gaan, vaak voor klachten die de zorg niet kan oplossen. Dus hebben we de huisartsen en de gemeente bij elkaar gebracht, dan kun je nieuwe verbindingen leggen. Zelf heb je als huisarts geen mogelijkheden om met eenzaamheid iets te doen. Via wijkinitiatieven kan dat wel. En we merken nu al het effect.”
“De crux”, vulde Wiro aan, “zit niet in samenwerken, maar in effectief samenwerken. Domeinoverstijgend. Als we daarmee doorgaan, gaan we écht iets bereiken. We zijn daar al in 2015 mee begonnen met PlusPraktijken. Een veranderkundige opgave om alle huisartsen te laten samenwerken, om te komen tot een gezondere regio. Zij zijn vragen van patiënten echt kritischer gaan beoordelen, minder gaan verwijzen naar het ziekenhuis omdat de vragen vaak een sociale achtergrond hebben. Iets waarin je de huisartsen wel moet faciliteren natuurlijk. En dat was het begin van de PlusWIJkaanpak.”

Goede start
Wat de PlusWIJkaanpak een zetje in de rug gaf, was het feit dat alle huisartsen al mee deden in de PlusPraktijken. “Hierdoor ontstond vanzelf de behoefte om in de wijk de zorg en ondersteuning voor mensen met andere partijen samen te organiseren”, zegt Esther. “Dat hielp. Een goede projectleider hielp ook, en zeker ook het Integraal Zorgakkoord, dat ons de middelen gaf om de regio-opgave vorm te geven. Iedereen zag de problemen en had de wens om ze op te lossen. Dat gaf energie.”
Natuurlijk is het langetermijnwerk, erkende Wiro. “PlusWIJken vormt nu de aanjager van het hele transformatieplan voor Zuid-Limburg. De IZA-gelden helpen daar zeker bij, maar daaraan komt ook weer een einde. Dus is nu het moment om te laten zien dat we dingen kunnen bereiken. De wijk speelt daarin als een soort koppelpunt een enorm belangrijke rol.”

De PlusWIJkteams
In het eerste panelgesprek werd kort ingegaan op hoe vanuit de praktijk in de wijk de beweging naar voren wordt gemaakt. De PlusWIJkteams zijn hierbij de motor in de wijk. Procesbegeleider Joyce Ophelders zei hierin: “Ik merkte aan de start dat de werelden van zorg en sociaal domein verder uit elkaar lagen dan ik had gedacht. Maar inmiddels zie ik de zorg wel als collega. Daar heeft de PlusWIJkaanpak echt mee geholpen. Er is veel meer samenhang gekomen in het werk tussen gemeente en de wijk. Iedereen probeert invulling te geven aan de PlusWIJkgedachte.”
Toch zijn zeker nog stappen nodig, verduidelijkte Monique van de Ven, procesbegeleider en programmamanager sociaal werk: “Er was tijd nodig om elkaar te leren kennen. Ook bestond niet bij alle partijen hetzelfde urgentiebesef. Zorgpartijen weten elkaar goed te vinden, buurtinitiatieven ook. Maar zorgpartijen en buurtinitiatieven weten elkaar nog niet te vinden. Ook beseffen nog niet alle inwoners dat de zorg zoals die er nu is niet houdbaar zal zijn.”
“Daarom is het belangrijk”, vulde projectleider sociaal domein Camiel Claassens aan, “de doelgroep – de inwoners – scherp voor ogen te houden en voor en met de burger te werken.” Ellen Molenaar, projectleider zorg: “En dan vooral verbinden en luisteren naar wat nodig is in plaats van meteen naar oplossingen zoeken.” Dat werkt, zo blijkt uit de woorden van Monique: “We horen van inwoners dat ze zich serieus genomen voelen door het PlusWIJkteam. Dat is belangrijk, want ze voelden zich soms gebruikt door de systeemwereld. Wij doen echt wat we zeggen. Dat geeft vertrouwen en de bereidheid om mee te werken.”

Vrijheid zonder vrijblijvendheid
Hoogleraar gezondheidseconomie en dementie Marcel Canoy benadrukte in zijn keynote dat de vrijheid van de PlusWIJkaanpak geen vrijblijvendheid betekent. Verwijzend naar de godsdiensttwisten tussen de rekkelijken en de preciezen in de zeventiende eeuw zei hij: “In de wereld van gemeenten en zorgverzekeraars zie je ook rekkelijken en preciezen. De rekkelijken zeggen: we zien dat in de transformatie op de interventie de verantwoording moet volgen en dat je dus niet moet beginnen met KPI’s. De preciezen zeggen echter: eerst verantwoorden, want als ik niet zie dat het beter is blijf ik toch nog maar even bij het oude.”
Kortom, de transitie staat haaks op hoe de partijen gewend zijn te werken. “Hoe verantwoord je dan dat je er premiegeld in steekt zonder dat het ontaardt in KPI’s?”, vervolgde Marcel. “Zeker in een proces waarin succes niet altijd eenduidig te meten is, het tijd vergt om tot succes te komen en een causaal verband tussen wat je doet en succes niet altijd duidelijk is. Dat vraagt om een andere vorm van verantwoording, om een vorm van vrijheid zonder vrijblijvendheid waarmee de rekkelijken en de preciezen bij elkaar gebracht kunnen worden.” Dat kan ook, stelde hij, op basis van vier principes: meten wat je wel kunt meten als basis voor het gesprek erover, hard zijn op het proces, high trust-low control-high penalty en transparantie. “PlusWIJken is nog niet lang bezig, maar je kunt wel al de volwassenheid van de samenwerking meten en het gesprek erover aangaan. Er is dus een middenweg mogelijk. Een mate van verantwoordelijkheid die de rekkelijken ruimte geeft en waarvan de preciezen niet zenuwachtig hoeven te worden.”

De praktijk en het geld
Het volgende panelgesprek sloot hier thematisch naadloos op aan, door de beweging naar voren te belichten vanuit het IZA. Joep de Groot, bestuursvoorzitter van CZ, trapte af door antwoord te geven op de vraag wanneer PlusWIJken een succes is. “Dat is het als we een aantal van de beschreven doelen hebben bereikt”, zei hij. “Maar dat is het ook nu al, omdat het ons echt lukt om vanuit de burger te denken. Dat klinkt logisch, maar we zijn zo gewend om vanuit het systeem te denken. Hier draait het constant om leren. Daarmee is het nu al een succes, en een benchmark voor de rest van Nederland.”
Over dat laatste nam Aiko de Raaf, kwartiermaker IZA bij het ministerie van VWS, toch wat gas terug. “Het is verleidelijk het als een blauwdruk te zien”, zei hij, “maar iedere regio kent zijn eigen uitdagingen. Andere regio’s kunnen er wel van leren en onderdelen ervan gebruiken.” Anneke van Vught, chief healthcare bij de Nederlandse Zorgautoriteit, noemde PlusWIJken in dit verband een mooi voorbeeld. “De kern is redeneren vanuit de kracht van de samenleving”, zei ze, “daar zitten wel kerncomponenten in die we in het hele land terugzien.” Ook Edwin Velzel, voorzitter van Nederland Zorgt Voor Elkaar, zag het zo: “Bij elkaar de kunst afkijken en stap voor stap leren op basis van wat er in de wijk al is. Als je daarbij uitgaat van wat burgers zelf kunnen, ben je al een heel eind.” Maar Marcel wierp de knuppel in het hoenderhok: “Het zijn initiatieven met een structureel karakter. Bedenk dus iets waarmee je het ook structureel financiert.” Dat hoeft helemaal niet veel te kosten, haakte Edwin direct aan: “Eén fte dorpsondersteuning per 2.000 inwoners, een plek om bij elkaar te komen en wat geld om activiteiten te organiseren. Landelijk een miljard per jaar, ik zou zeggen: doen VWS.” Daar wist Joep wel weg mee: “Niet wachten tot de politiek zo ver is. Wij moeten zorgen dat we dit structureel gaan financieren. Gewoon één procent van het totale zorgbudget hiervoor beschikbaar stellen. Eén procent waarop we niet letten, lijkt me heerlijk.” Marcel zag dit volledig zitten: “We geven heel veel geld uit aan iets waarvoor geen bewijs is. En we geven heel weinig geld níet uit aan iets wat bewijsbaar wel werkt. Als we dat nu eens omdraaien, dan zijn we klaar.”

Conclusie
De afdronk van het symposium was duidelijk: de PlusWIJkaanpak biedt waardevolle kansen om de gezondheid van de inwoners van Zuid-Limburg structureel te verbeteren en de transformatie te bewerkstelligen die nodig is om de zorg toekomstbestendig te maken. Maar er zijn ook uitdagingen om de aanpak te kunnen continueren nadat eind 2027 het IZA is afgelopen.
“Domeinoverstijgend werken stáát”, zei Esther in de korte slotdiscussie. “Het is geen holy grail, je moet echt in de wijk kijken naar wat nodig is. Dat kost tijd en die moeten we het en elkaar ook gunnen.” Wiro vulde aan: “Het is groot denken en klein beginnen. Vandaag nemen de PlusWIJkteams het over, die gaan het echt doen. Zonder de wijken gebeurt er niets. Ik ben vol vertrouwen dat dit proces na het IZA doorgaat.”
Dit vertrouwen wordt breed gedragen door alle partijen die erbij betrokken zijn. De PlusWIJkaanpak is pas ruim een jaar oud en moet dus nog tot volle wasdom komen. Maar nu al is duidelijk dat een route is ingeslagen zonder weg terug.