A. heeft weer regie over haar leven dankzij de Doorbraakmethode

Niet iedereen groeit op in een veilige, liefdevolle omgeving en krijgt de kans om onbezorgd kind te zijn. Soms zijn de omstandigheden thuis zo moeilijk dat ouders niet kunnen bieden wat een kind nodig heeft, soms is het thuis zelfs zo onveilig dat het kind het huis op stel en sprong moet verlaten. A. is zo'n kind en wil graag haar verhaal delen.

A.* vertelt hoe zij met de juiste hulp een onveilige thuissituatie achter zich kon laten en hoe zij stap voor stap haar leven probeert op te bouwen, terwijl de gevolgen van haar moeilijke jeugd dagelijks voelbaar blijven. Dankzij de persoonlijke inzet, intensieve samenwerking en het snelle schakelen van zowel een medewerker van een welzijnsorganisatie als een medewerker van de gemeente is snel een doorbraak gerealiseerd. De Doorbraakmethode kijkt namelijk niet naar wat mag of kan volgens de regels, maar naar wat iemand écht nodig heeft om weer regie over het leven te krijgen. Er werd adequaat gehandeld toen A. vanwege een onhoudbare situatie haar ouderlijk huis moest verlaten en van de ene op de andere dag op zoek was naar een zelfstandige en vooral veilige woonruimte. Zij kan haar leven als jongvolwassene nu verder opbouwen en krijgt weer grip op haar leven én haar toekomst.

Op stel en sprong het huis uit
Vlak voor A.’s achttiende verjaardag openbaarden zich bij haar moeder ernstige psychische klachten, waaronder hevige waanbeelden die zich met name op haar dochter richtten. Haar moeder geloofde dat A. voor de overheid werkte en dat zij verantwoordelijk was voor stijgende prijzen in de supermarkt. Ook dacht ze dat A. haar geld stal en in de prostitutie werkte. Deze overtuigingen maakten haar steeds achterdochtiger en vijandiger, zowel verbaal als fysiek. Voor A. betekende dit dat ze zich nergens meer veilig voelde in huis. "Er zijn meerdere instanties langs geweest," vertelt A., "maar als iemand dan zegt dat het goed gaat en geen hulp wil, dan houdt het snel op." Omdat haar moeder geen hulp accepteerde, veranderde de situatie niet. A. werkte naast school en spaarde wat geld. Dat leidde ertoe dat haar moeder zei: "Je wordt 18, je hebt geld, dus je kunt het huis uit." Maar A. zat nog op de middelbare school en was volledig uitgeput.

Te oud voor jeugdzorg
Ze klopte aan bij een maatschappelijke organisatie, maar werd afgewezen omdat ze bijna 18 was: jeugdzorg stopte, volwassenenzorg begon nog niet. Via de praktijkondersteuner van de huisarts, die haar situatie goed kende, werd ze doorverwezen naar een welzijnsorganisatie. Daar werd gekeken naar passende hulp en woonruimte. Maar de reguliere jongerenopvang voelde voor A. niet passend en jongerenwoningen hadden lange wachtlijsten. Op advies van de maatschappelijk werker schakelde A. een makelaar in, die snel in een andere gemeente woonruimte vond. Er was echter een financieel gat te overbruggen. De gemeente en het welzijnswerk sprongen bij, een deel van de borg werd voorgeschoten.

Op eigen benen, met een netwerk van steun
Nu A. op zichzelf woont, voelt ze zich wel al veiliger, maar ze heeft zeker nog stappen te zetten. "Ik heb nog wekelijks contact met de praktijkondersteuner en krijg traumabegeleiding van een psycholoog." De combinatie school, werk, psycholoog valt haar zwaar. "Sinds deze week merk ik dat het gewoon niet goed gaat, want ik slaap niet tot nauwelijks. Ik kan nu hopelijk ook bij Phitaal beginnen." Op aandringen van haar huisarts startte ze met antidepressiva, iets waar ze altijd enorm afwijzend tegenover stond maar nu toch neemt. De hogeschool waar A. studeert heeft gelukkig begrip voor haar situatie. "Ik wil dit jaar gewoon halen, zodat ik in ieder geval mijn propedeuse heb. En dan kan ik verder." A. ontvangt studiefinanciering, maar na het betalen van huur en vaste lasten blijft er weinig over en is het belangrijk dat ze zo’n 20 á 30 uur in de week blijft werken. "Maar mijn werk is ook mijn houvast, ik wil niet de hele tijd thuiszitten."

De medewerker van de gemeente gaat ervoor zorgen dat ze een contactpersoon bij de welzijnsorganisatie houdt, omdat A. aangeeft dat ze dat contact als goed en prettig heeft ervaren. Het is daarom belangrijk dat dit continueert. "Zij kenden het verhaal van mijn moeder en schakelden daardoor snel. Toen ik aankwam zei ik ‘ja, ik ben een dochter van die en die en zus en zo’. Toen hadden zij wel eigenlijk zoiets van ‘ja, dat verloop hadden we wel een beetje kunnen verwachten. We snappen wel waarom je hier zit’, werd er gezegd."

Er zijn écht wel mensen die je willen helpen!
A. deelt haar persoonlijke verhaal om andere jongeren te helpen. "Praat met iemand! Ik dacht ik ben zelfstandig genoeg en misschien ook een beetje eigenwijs. En ik houd er niet van om zielig gevonden te worden, dus daarom praatte ik er liever niet over. Maar daar moet je eigenlijk niet bang voor zijn, er zijn écht wel mensen die je willen helpen… Je moet iemand in vertrouwen nemen, maakt niet uit wie, het kan iemand op school zijn ofzo, of je huisarts en die kijken samen met jou verder…" 

Waar A. over vijf jaar staat, durft ze nog niet te zeggen. "Ik kijk niet nog echt naar de toekomst, leef met de dag. Maar…", zo zegt zij hoopvol "ik hoop dan aan het einde van mijn opleiding te zitten en daarna biomedische wetenschappen te kunnen gaan studeren. En ik hoop dat ik ook dan weer kan genieten van leuke dingen". Een mooi streven!

* Om haar veiligheid te waarborgen, is dit verhaal geanonimiseerd.